Waarom groeit de vraag naar koeling zo snel?
Nederlandse woningen zijn gebouwd voor wintercomfort, niet voor zomercomfort. Goede isolatie en luchtdichtheid houden warmte binnen, en dat werkt in juli net zo goed als in januari. Onderzoeksplatform Investico berekende dat bijna tien miljoen Nederlanders in een woning wonen die 's zomers te warm kan worden, waaronder ongeveer twee miljoen ouderen.
De markt reageert. Volgens Techniek Nederland passeerde het aantal airco-installaties in 2025 de grens van 300.000 stuks, tegenover 268.000 in 2024. In totaal staan er inmiddels ruim 2,2 miljoen airco's in Nederland. Koeling is geen luxe meer, maar een ontwerpvraag die vanaf de eerste schets meetelt.
De ladder van koeling: begin bij de bron
Voor de vraag wanneer je actief mag koelen bestaat in Nederland een erkend model: de Ladder van Koeling, ontwikkeld binnen OSKA en ISSO. Die kent vier treden.
1. Koele omgeving. Bouwmaterialen, vegetatie, water en wind rond het gebouw.
2. Warmte weren. Oriëntatie, woningindeling en zonwering.
3. Passief koelen. Thermische massa, nachtventilatie en seizoensopslag.
4. Actief koelen. Pas aan de beurt als de bovenste drie treden benut zijn.
Werk van boven naar beneden en koel actief zo min mogelijk: dat is het uitgangspunt. Maar in de meeste bestaande Nederlandse woningen blijft er na trede 3 gewoon koelvraag over. En dan wordt trede 4 interessant, want de ladder stelt daar zelf eisen aan: energiezuinigheid, opwekking, distributie, afgifte en milieuvriendelijke koelmiddelen.
Wat is een koudemiddel?
Elk actief koelsysteem heeft een koudemiddel nodig. Dat is een stof die warmte opneemt door te verdampen en die warmte ergens anders weer afgeeft door te condenseren. Je koelkast heeft er een, je airco en je warmtepomp ook.
De meeste airco's werken met synthetische koudemiddelen, de zogeheten F-gassen of HFK's. Technisch doen ze hun werk uitstekend, maar het zijn krachtige broeikasgassen. Hoe krachtig, wordt uitgedrukt in GWP (Global Warming Potential), met CO2 als ijkpunt 1. R32, het koudemiddel in vrijwel elke nieuwe woningairco, heeft een GWP van 675. Eén kilo die ontsnapt telt dus even zwaar als 675 kilo CO2. En ontsnappen gebeurt: bij installatiefouten, lekkage, onderhoud en sloop.
Daartegenover staan de natuurlijke koudemiddelen. Propaan (R290) heeft een GWP van 3, CO2 zelf 1, en water 0.
Wat verandert er met de F-gassenverordening?
De quota. De hoeveelheid HFK's die de EU binnen mag, wordt versneld teruggeschroefd richting 21 procent in 2030. Gevolg: R410A en R32 worden schaarser en duurder, nu al. Wie straks een lekkende airco laat bijvullen, merkt dat als eerste in de portemonnee.
De productverboden. Daarnaast mogen nieuwe apparaten vanaf vaste data geen koudemiddel boven een bepaalde GWP meer bevatten. Voor de woningmarkt draait het om split-systemen tot 12 kW.
Vanaf 2027: split lucht/water-systemen, de warmtepomp die water verwarmt, mogen maximaal GWP 150 bevatten. R32 valt daarmee af.
Vanaf 2029: dezelfde eis geldt voor split lucht/lucht-systemen, de klassieke woningairco.
Vanaf 2035: nieuwe split-systemen tot 12 kW mogen helemaal geen F-gassen meer bevatten.
Wat is watergedragen koeling precies?
Bij watergedragen koeling wordt gekoeld water door hetzelfde leidingnet gestuurd dat in de winter warm water vervoert. Een ventilo-convector of hybride convector blaast lucht langs een warmtewisselaar en geeft de koude direct af aan de ruimte. Het koudemiddel blijft in de warmtepomp buiten; door het huis loopt alleen water. Dat levert drie praktische voordelen op:
Eén systeem, drie functies. Verwarmen, koelen en sanitair warm water komen uit dezelfde bron. Geen tweede installatie aan de gevel, geen tweede onderhoudscontract.
Snelle respons. Een modulerende ventilator reageert vrijwel direct op de koudevraag, zonder de traagheid van een vloersysteem.
Behoud van de bestaande infrastructuur. In renovatie kunnen bestaande leidingen vaak blijven liggen. De ingreep beperkt zich meestal tot het afgiftesysteem en een elektrische voeding.
Niet-condenserend of condenserend koelen?
Niet-condenserend koelen werkt met een aanvoertemperatuur rond 16 tot 18 °C, dus boven het dauwpunt. Er ontstaat geen condens en er is geen condensafvoer nodig. De ruimtetemperatuur daalt drie tot vijf graden. Ideaal voor subtiele, gelijkmatige verkoeling zonder tocht en zonder koudeval.
Condenserend koelen werkt met 7 tot 12 °C. Naast warmte wordt ook vocht aan de lucht onttrokken, wat extra comfort geeft bij hoge luchtvochtigheid. Het resultaat is vergelijkbaar met airconditioning, maar wel via water en met een lager energieverbruik. Hierbij is een condensafvoer nodig.
Koelen kan dus ook zonder airco
Je woning koelen kan prima zonder een airco aan de muur te hangen. Als je bij de aanschaf van een warmtepomp ook kiest voor een koelfunctie, stroomt er in de zomer gekoeld water door dezelfde leidingen die in de winter voor warmte zorgen. Het enige wat je dan nog nodig hebt, is een afgiftesysteem dat de kou daadwerkelijk de ruimte in brengt.
Wie dit afgiftesysteem direct meeneemt bij de installatie van de warmtepomp, slaat twee vliegen in één klap. De installateur is er toch al en de leidingen worden toch aangepakt. Wie er pas twee zomers later over nadenkt, betaalt onnodig voor een tweede installatie, terwijl het in eerste instantie slechts een kleine toevoeging was.
Welke Jaga oplossing past bij welke situatie?
Benieuwd naar de mogelijkheden?
Verantwoord koelen begint bij de vraag beperken en eindigt bij een systeem dat past bij de woning, de bewoner en de regelgeving van de komende twintig jaar. Watergedragen koeling is niet de enige route, maar wel de route waarbij je één bron, één leidingnet en één onderhoudspartij overhoudt, met water als koudemiddel.